IMG_1607-small.jpg


Tot verder bericht zijn er in het kader van de Corona-maatregelen geen vieringen

 

 

 

 

 

 

 



 

Gebed

Lang moeten ze niet nadenken, Simon en Andreas.
Eén zin van Jezus volstaat
om alles achter te laten en Hem te volgen.
Maar als ik in mijn hart kijk, God,
merk ik dat ik meer tijd nodig heb
om op die roepstem van Jezus in te gaan
en op U te vertrouwen.
Laat me daarom af en toe een oever opzoeken
waar ik die stem van Jezus beter kan horen
en waar ik de kracht vind
om in uw naam zorg te dragen voor mijn medemensen.
Erwin Roosen

 

Jona 3, 1-5.10: Jona gaat naar Nineve

(Naar een bewerking van C. Leterme)

Nu zei God voor de tweede keer tot Jona: ‘Sta op, ga naar Nineve, de grote stad, en breng de boodschap over die ik u heb gegeven.’ Jona stond op en ging naar Nineve, zoals God gevraagd had. Nineve was een geweldig grote stad! Men had drie dagen nodig om er doorheen te trekken. Jona ging de stad in, één dagreis ver. Hij riep: ‘Veertig dagen nog, en Nineve wordt met de grond gelijk gemaakt!’ Maar de Ninevieten zochten steun bij God. Ze begonnen te vasten en boetekleren aan te trekken. God zag wat zij deden en dat zij hun slechte wegen begonnen te verlaten. En God kreeg spijt dat Hij hen met die ramp bedreigd had. Hij bracht die niet ten uitvoer.

 

 

Evangelie: Marcus 1, 14-20: Mensen opvissen

Toen Johannes de Doper gevangengenomen werd, ging Jezus terug naar Galilea. Daar vertelde hij het goede nieuws van God. Hij zei: ‘Gods nieuwe wereld is dichtbij. Geloof dat goede nieuws! Dit is het moment om je leven te veranderen.’ Op een dag liep Jezus langs het Meer van Galilea. Daar zag hij twee broers: Simon en Andreas. Het waren vissers. Ze gooiden hun netten uit in het water. Jezus zei tegen hen: ‘Kom volg Mij, Ik zal van jullie ‘vissers van mensen’ maken.’ Meteen lieten Simon en Andreas hun netten liggen, en ze gingen met Jezus mee. Een eindje verder zag Jezus twee andere broers: Jakobus en Johannes. Hun vader heette Zebedeüs. Jakobus en Johannes zaten in hun boot netten te repareren. Toen Jezus hen riep, gingen ze met hem mee. Ze lieten hun vader met zijn arbeiders in de boot achter en volgden Jezus.

Enkele gedachten die ons beroerden:


En hoe zit dat intussen met dat Rijk van God? Leven wij al in een wereld waar God het voor het zeggen heeft?

Dat rijk staat nog altijd aan het begin en waar het groeit gaat het met kleine, onooglijke pasjes. Maar het gebeurt! En ja, wij mogen meewerken, aan dat bijna ‘onmogelijke’ rijk.

Het Rijk Gods is nabij, zei Jezus. Voor de leerlingen is dat Rijk Gods duidelijk gelinkt aan Jezus: ze laten er hun netten, hun werk en familie voor achter. Wat zagen ze erin? Genoeg om het over een andere boeg te gooien!

De leerlingen waren durvers die figuurlijk wilden springen. Ze stonden met hun voeten in de wereld. Als vissers waren het harde werkers.

 

Ja, het waren echt stoutmoedige kerels die zich met schamele boten op visvangst durfden te wagen. Daarom stapt Jezus langs het strand. Hij zoekt mensen met durf, mensen die iets kunnen riskeren, die weten te reageren, die het hoofd kunnen bieden in moeilijke omstandigheden, en die ook niet ontmoedigd zijn als alles tegenslaat en er heel de nacht niets gevangen wordt.

Jezus zoekt hen op in hun eigen leefmilieu, in hun gewone doen. Maar Hij vraagt hen dan ook op de man af: 'Volgt Mij. Ik zal u mensenvissers doen worden'.
De snelheid waarmee de leerlingen hebben gereageerd is verbazingwekkend. Ze maken de klik en volgen de uitnodiging vanuit hun hart. Ze verlaten hun vast stramien van werken en zwoegen.
Het is in ons dagelijks doen dat Jezus naar ons komt met die buitensporige vraag. Zoals de apostelen hebben we honderd redenen om Hem te af te wijzen: 'Waar wilt ge naartoe? Ziet ge niet waar ik sta met al mijn werk?' Maar omdat Jezus spreekt van man tot man, hebben ze elkaar aangevoeld: Simon en Andreas, Jacobus en Johannes laten hun netten in de steek, ze laten hun boot achter, hun vader, hun werk, hun leven. En wat zijn ze nu? Mensenvissers? Neen, dat moeten ze nu nog worden. Mensenvisser, ‘t is te zeggen christen, dat ben je nooit. Je wordt het. Je wordt het telkens meer wanneer Jezus jou nodig heeft om zijn woord tot iemand te richten.

Ons “Galilea”, dat is de plek in ons leven waar wij vechten tegen verstarde structuren, waar Gods mentaliteit begint te groeien. De levende Jezus verschijnt regelmatig in “dat Galilea”, langs het meer van ons leven. Hij vindt er ons bedrijvig in de sleur van ons dagelijkse werk: altijd maar opnieuw die netten uitgooiend, dikwijls zonder veel te vangen. Het leven is hard aan de oever van het meer van ons leven. Maar zo vindt de Heer ons, wanneer Hij langs komt, wanneer Hij Zijn aanwezigheid weer eens laat ervaren, dikwijls vrij onverwachts, in een stille wenk of uitnodiging van iemand die wij ontmoeten. Dan roept Hij ons op die zware netten los te laten. Hij vraagt dat wij ons durven overgeven aan die roep: mensen als vissen in een eenheid verzamelen, onszelf met al onze kracht geven in dankbaarheid en werken in verbondenheid met elkaar om anderen samen te brengen.

Wij worden opgeroepen om leerlingen van Jezus te zijn.
In deze coronatijd worden we geconfronteerd met nieuwe beperkingen die ook nieuwe mogelijkheden inhouden! De veranderingen overvallen ons, we zijn er bang van, maar we moeten noodgedwongen mee.
Ook Jona wou eerst niet naar Ninive en zocht allerhande middeltjes om niet te moeten gaan, maar hij gaat uiteindelijk toch. Hij heeft het zelf niet direct door, maar het volk bekeert zich, gooit het over een andere boeg. Het doel is (deels) bereikt!
Al maken de veranderingen ons soms angstig, we moeten proberen optimistisch te blijven en in deze crisis de tijd nemen om ons om te keren, om het over een andere boeg te gooien.
Zo snel als de leerlingen hun beslissing namen, zo sterk moeten wij nu ‘onthaasten’ en de tijd nemen om er te zijn voor de ander, vooral voor de meest kwetsbare.

We moeten durven springen, ook al zullen we af en toe vallen. We mogen geen tijd verliezen in het zoeken naar excuses om niet in te gaan op de vraag. We kunnen leren grenzen te doorbreken en samen komen we er doorheen: we zijn niet alleen!

Een lied dat hier volgens ons Naomigroepje zeker niet mocht ontbreken: 

Jezus was een visser: koorversie

Jezus was een visser: Herman Van Veen