IMG_1113-small.jpg


Tot verder bericht zijn er in het kader van de Corona-maatregelen geen vieringen

 

 

 

 

 

 

 



Kijk eens om je heen,
wees eens stil en luister,
de wereld komt op je af,
loop eens langs de oever van het leven.
Mensen, - grote, kleine mensen –
zij roepen,
zij hebben je nodig.
Het is een kind, een zieke, een leerling,
Een kerkganger, een eenzame, een opgejaagde,
Er is iemand die roept om mij, om jou,
Die ons oproept,
Een beroep doet,
Ons aanzet tot zegen,
Er is een mens die je roept.

God, die ons roept,
God, die ons zoekt,
God, die niet langs ons heen kijkt,
maar ons ziet,
en herkent wie we kunnen zijn,
In de naam van die God,
zijn wij hier (digitaal) samen,
om te zoeken,
om te roepen,
om te zien
om thuis te komen bij Hem


.

 

Het is God die ons roept:
Het komt er nu alleen op aan dat we horen.

 

Velen worden geroepen door God. In de lezingen van vandaag zijn dat de kleine Samuel en de twee vissers Simon en Andreas. Verhalen van lang geleden, maar verhalen die voor ons nog altijd herkenbaar zijn. Verhalen die uitnodigen om te groeien en te worden tot wat God in ons ziet.

 


Eerste lezing: (1 Samuël 3,3b-10.19)
Uit het eerste boek Samuël

3 Samuel lag te slapen in het heiligdom van de Heer, bij de ark van God. De godslamp was bijna uitgedoofd. 4Toen riep de Heer Samuel. ‘Ja,’ antwoordde Samuel. 5Hij liep snel naar Eli toe en zei: ‘Hier ben ik. U hebt me toch geroepen?’ Maar Eli antwoordde: ‘Ik heb je niet geroepen. Ga maar slapen.’ Toen Samuel weer lag te slapen, 6riep de Heer hem opnieuw. Samuel stond op, ging naar Eli en zei: ‘Hier ben ik. U hebt me toch geroepen?’ Maar Eli antwoordde: ‘Ik heb je niet geroepen, mijn jongen. Ga maar weer slapen.’ 7Samuel had de Heer nog niet leren kennen, want de Heer had zich niet eerder aan hem bekendgemaakt door het woord tot hem te richten.8 Opnieuw riep de Heer Samuel, voor de derde keer. Samuel stond op, ging naar Eli en zei: ‘Hier ben ik. U hebt me toch geroepen?’ Toen begreep Eli dat het de Heer was die de jongen riep. 9Hij zei tegen Samuel: ‘Ga maar weer slapen. Wanneer je wordt geroepen, moet je antwoorden: “Spreek, Heer, uw dienaar luistert.”’ Samuel legde zich weer te slapen, 10en de Heer kwam bij hem staan en riep net als de voorgaande keren: ‘Samuel! Samuel!’ En Samuel antwoordde: ‘Spreek, uw dienaar luistert.’ 11
God zoekt mij; zoek ik God?
Het eerste deel van die boodschap ‘God zoekt mij’ heeft een duidelijke link met de lezing uit de profeet Samuel. Samuel is op dat ogenblik nog heel jong. Zijn moeder stond hem af aan de Heer en bracht hem naar Eli, die de hogepriester in de tempel was. Onder zijn toezicht diende Samuel de Heer.
Dat verklaart ook de verwarring bij Samuël. Toen de Heer hem riep, dacht hij echt dat het Eli was. Het was ook pas bij de derde roep, dat Eli begreep dat het de Heer zelf was die Samuel riep.
En het antwoord van Samuel aan de Heer werd ook ingegeven door Eli: ‘Spreek Heer, uw dienaar luistert…. ‘ . Dat luidde ook het einde van het verhaal in, wat dat eindigt met de woorden: Samuel groeide op; de Heer was met hem en liet niet één van zijn woorden onvervuld!
En we weten dat sindsdien Samuel een belangrijke profeet voor het Joodse volk is geworden, want hij kreeg van God de opdracht om Saul en later ook David tot koning te zalven.

 

Evangelie + duiding

Johannes 1, 35-42: Kom en zie

De tekst Dichter bij de tijd (Bewerking: C. Leterme)

De volgende dag staat Johannes met Andreas en Johannes, twee van zijn leerlingen, bij de Jordaan. Hij ziet Jezus voorbij komen. - Daar is het lam van God, zegt hij. De twee leerlingen horen het. Ze lopen Jezus achterna. Jezus draait zich om en ziet dat ze Hem volgen. - Zoeken jullie iets? vraagt Hij. - Rabbi, meester, wij willen weten waar U woont. - Kom mee en je zult het zien, zegt Jezus. Ze gaan met Hem mee en zien waar Hij woont. Ze blijven de hele dag bij Hem. Na zijn ontmoeting met Jezus gaat Andreas naar zijn broer Simon. - We hebben de Messias gevonden! zegt hij. Kom, ga maar met mij mee. En Andreas brengt zijn broer Simon bij Jezus. Jezus kijkt hem aan. - Jij bent Simon, de zoon van Johannes, zegt Hij. Maar vanaf heet Ik jou Kefas, want jij bent als een rots. (Kefas betekent 'rots').
Copyright: C. Leterme

In deze lezing is het niet Jezus die de leerlingen roept. Het is Johannes die de leerlingen aanport om achter Jezus aan te gaan. Als ze dat doen, krijgen ze die ietwat vreemde vraag: “Zoeken jullie iets?” Zelf heb ik de vraag maar al te vaak gehoord bij het shoppen. “Wat zoekt u?” Ergerlijk als de vrager dan ook nog dicht in je buurt blijft hangen, want heel vaak ben ik niet aan het zoeken, maar wil ik gewoon wat rondkijken. Wil ik geuren opsnuiven, wil ik passen, wil ik stof betasten, wil ik vergelijken, wil ik vooral in alle rust kunnen keuzes maken. En nu in het evangelie hoor ik diezelfde vraag. Toch is er een verschil. Jezus belaagt hen niet vanachter een kledingrek, neen, hij wil alleen een eerste contact maken, een uitnodiging lanceren. Het was hem overduidelijk dat de twee hem zochten, maar zelf geen gesprek durfden starten. Heel bescheiden nodigt hij hen uit om mee op stap te gaan.
Wat opvalt is dat Andreas en Simon vol vuur zijn. Enthousiast zijn ze ervan overtuigd dat zij de Messias, de gezalfde ontmoet hebben.
In de twee verhalen valt het op dat God vaak met tussenpersonen werkt. Eli zegt Samuël wat hij moet doen, Johannes zorgt ervoor dat de leerlingen bij Jezus komen. Misschien gaat het ook bij ons zo, spreekt God ons aan via een ander, een buitenstaander. Iemand die er is, op de juiste plaats, op het juiste moment en ons het goede toont, of iemand die ons moed inspreekt daar waar het nodig is, of iemand die ons even de weg wijst als we ’t noorden kwijt zijn. Allemaal knipogen van God, misschien wel roepingen!
Roeping hoeft niet altijd om grootse dingen te gaan. God roept je misschien wel op elk moment, altijd, overal. Roeping staat misschien wel veel dichterbij ons bed dan we soms denken. Wie dienstbaar is aan de medemens, is dienstbaar aan God. Mensendienst is godsdienst.

Bezinning

 

Ik wil pleiten voor mensen
die leven vanuit passie.
Die met het diepste van hun zijn
zich inzetten
voor dat ene
waarvan zij het gevoel hebben
dat het hun taak, hun roeping is.
Een passie komt van diep binnenin
en vervult je helemaal.
Een roeping heeft dat ook.
Een roeping is die ene opdracht,
dat ene doel dat je in jezelf voelt groeien.
Dat steeds duidelijker wordt en groter
tot het zich niet meer laat negeren.
Het eist je wezen op,
helemaal.
Als je er op ingaat,
leef je voluit.
Niet noodzakelijk gemakkelijker,
niet noodzakelijk leuker,
maar wel vanuit de kern van wie je bent.
Er is niets zinvoller in dit leven
dan vinden wie je in wezen bent
en wat jouw heel eigen roeping is.


Stef Bos (2019) - https://www.youtube.com/watch?v=LFc24RGgX24


Laten we afsluiten met een oproep aan allen:

  Geroepen worden,
Horen, luisteren
Je geest openzetten,
Je hart openzetten
Je handen openen,
Je tred aanpassen
Willen horen,
Willen luisteren,
Je pas vertragen
Je pas versnellen,
Een hand reiken,
Twee handen reiken,
Houden van,
Zielsveel houden van,
Zorgen voor,
Alles geven voor een ander,
De roep van God horen
En het juiste antwoord bieden…