16846413675_17f152b7e2_m.jpg


Tot verder bericht zijn er in het kader van de Corona-maatregelen geen vieringen

 

 

 

 

 

 

 



Andy Warhol - Geboorte (1957)

 

 

God is het licht over hemel en aarde
zijn licht is als een lamp in een nis
een lamp in een glas
een glas van sterrenschitter
brandend aan geheiligd olijfhout
niet uit oost niet uit west
en ook al raakte vuur haar niet aan
toch vlamt de olie uit zichzelf
licht boven licht
tot zijn licht
leidt God wie hij wil

Koran - Soera 24, vers 35

 

Opening

Driekoningen is het feest van de ster:
het lichtpuntje dat straalt tegen de achtergrond van duisternis,
het lichtpuntje dat je de richting wijst naar anders leven.
Ontdek ook jij vandaag die ster die de weg wijst?
Wil ook jij je laten leiden naar…
Ja, waarheen  eigenlijk?

Drie wijzen en een ster
helpen je vandaag
een Kind in een kribbe te vinden.

Als jij je door dit Kind laat raken,

  • vind je dagend licht
  • ontdek je nieuw leven
  • word je zelf licht en leven
  • weet je wat je kan
  • voel je hoe te leven.

 

Inleiding op Matheüs 2, 1-12

In het evangelie, te beginnen met de lezing van vandaag, lezen we dat Jezus (Mens/God) doorheen de tijd meer en meer zichtbaar wordt voor alle mensen.

De Epifanie (= de wereld maakt kennis met Jezus/God ) is de feestelijke gebeurtenis die wij vandaag vieren. Bij ons wordt dit feest overschaduwd door Kerstmis (= Jezus/Mens wordt geboren). Toch zijn de twee erg nauw met elkaar verweven en belangrijk als prille opstap naar Pinksteren en Pasen.

Jezus, een kwetsbaar kind, geboren in een stal, in aanwezigheid van hooguit enkele herders met hun schaapjes en een os en een ezel, wordt als Goddelijk persoon onstuitbaar zichtbaar voor heel de wereld. Vandaag gebeurt dit dankzij een ster en enkele wijzen en - zoals vaak in zijn verder leven - ondanks tegenkanting van ‘de machtigen der aarde’.


Het bezoek van de wijzen - uit 'Bijbel in gewone taal'

Jezus werd geboren in Betlehem, een stad in Judea. Herodes was op dat moment koning.

Niet lang na de geboorte van Jezus kwamen er wijze mannen in Jeruzalem aan. Ze kwamen uit het oosten, uit een ver land. Ze vroegen aan de mensen in Jeruzalem: ‘Waar is de koning van de Joden die kortgeleden geboren is? We hebben zijn ster gezien. Die kwam aan de hemel omhoog. En nu zijn we gekomen om de nieuwe koning te eren.’

Toen koning Herodes dat hoorde, schrok hij vreselijk. Ook de andere mensen in Jeruzalem schrokken. Herodes liet alle priesters en wetsleraren bij elkaar komen. Hij vroeg aan hen: ‘Waar zal de messias geboren worden?’ Ze zeiden: ‘In Betlehem in Judea, want dat wordt al verteld in de heilige boeken. Daar staat: «Luister, Betlehem in Judea, jij hoort bij de belangrijkste steden van het land. Want uit Betlehem komt de leider van Israël. Hij zal zorgen voor het volk van God, zoals een herder voor zijn schapen zorgt.»’

Toen liet Herodes de wijze mannen in het geheim bij zich komen. Hij wilde precies weten wanneer ze de ster voor het eerst gezien hadden. Daarna zei hij: ‘Ga naar Betlehem en zoek uit waar het kind precies is. Als jullie hem gevonden hebben, moet je dat aan mij komen vertellen. Dan kan ik ook naar hem toe gaan om hem te eren.’ Na het gesprek met Herodes gingen de wijze mannen op weg. En opeens was daar de ster weer die ze al eerder gezien hadden. Toen ze de ster weer zagen, waren ze erg blij. De ster wees hun de weg. Hij bleef staan boven het huis waar het kind was.

De wijze mannen gingen naar binnen. Daar zagen ze het kind bij zijn moeder Maria. Ze knielden voor hem en eerden hem. Ze gaven hem de dure geschenken die ze meegebracht hadden: goud, wierook en mirre. ’s Nachts kregen de wijze mannen een droom. In de droom zei God tegen hen: ‘Jullie moeten niet teruggaan naar Herodes.’ En dus gingen ze langs een andere weg terug naar hun land. 

 

Er waren eens zeven sterren… - onbekend

Zeven sterren, hoog aan de hemel in een donkere nacht.
Ze hingen naast elkaar. Zeven sterren op een rij. Ze keken naar beneden.

“Wat is het toch donker,“ zuchtte de eerste ster.
“Zouden de mensen ons wel zien, daar beneden ? Ik zie ze niet zo vaak naar omhoog kijken. Zoveel zorgen aan hun hoofd ...”


“En ik,”zei de tweede ster, “ik, ik zou graag heel veel groter zijn. Zo groot, dat de kinderen op de aarde me altijd kunnen zien. En dan hoeven ze ‘s nachts niet meer bang te zijn in het donker.”


“Hm,“ mompelde de derde ster. “Ik zeg het niet graag, maar ik vind het heel erg dat we zover van de aarde zijn. En dan vergat ik nog te zeggen dat we ook geen warmte kunnen geven en dat we echt niet veel licht uitstralen ...”


“Juist,” knikte de vierde ster. “Heel juist. Zo zien de mensen niet, dat het licht altijd sterker is dan het donker. We zouden ze moeten vertellen dat de nacht niet altijd duurt.”


“En,“ zei de vijfde ster, “we zouden ze over nog iets moeten vertellen. Over dat kindje dat geboren is. Nu is hij nog klein, maar wat zal er veel veranderen als hij groter wordt !
Hij weet wat vrede is en wat het juiste is. Hij weet wat hoop en vertrouwen is. Want hij, hij komt uit het hart van God.”


“Misschien,“ zei de zesde ster nadenkend, “misschien moeten we de mensen helpen om hem te vinden. Niemand kent dat kleine dorp Bethlehem.”


“Ik heb een idee,“ riep de zevende ster vrolijk. “Laten we ons licht bundelen. Samen geven we licht voor zeven. Zo vallen we zeker op tussen de andere sterren en laten we het licht meteen de goede kant op schijnen.”


“Doen we,“ schitterde de eerste ster. “We reizen van hieruit naar Bethlehem en gaan samen stralen boven de stal waar Jezus geboren werd. Misschien kunnen we zo ook wat dichter bij de aarde komen.”


“Maar dan moeten de belangrijkste sterren wel op hun plaats blijven,“ zei de tweede ster. “Stel je voor dat de karavanen in de woestijn en de schepen op zee anders de weg kwijt raken. En als we de mensen op aarde de weg hebben gewezen, gaan we allemaal terug. Terug naar ons eigen plekje.”


“Goed idee,“ knikte de derde ster. “Verder zal Jezus hen wel de weg wijzen naar een wereld die beter wordt. Jezus zal de mensen voordoen hoe ze op een goede manier kunnen samenleven.”


“Klaar om te vertrekken?“ vroeg de vierde ster. “Laat ons maar eerst eens zien aan de mensen, dan komt de rest vanzelf. Klaar? Hou jullie allemaal maar stevig vast aan mij. 
Lieve mensen, daar komen we !“

 

De Plejaden

 

Voor jou - naar Fr. Weerts

Voor elke bocht is er een ster.
Een woord, een teken, 
een weg, een uitweg,
een weg terug als het moet….

Voor elke tocht is er een ster.
Een vriend, een hand, 
een huis, een thuis, 
een boek, een beeld, 
een lied misschien….

Voor elke tocht is er een ster.
Voor ieder mens, 
voor jong en oud, 
die wijs wil heten. 
Voor wie zoekt 
naar redding en naar recht.

Voor elke tocht is er een ster.
Die wijzen brengt
naar ’t wonder van ‘t leven ,
in eenvoud getoond,
naar liefdevol geven zoals dat
in kinderogen woont.

Muziek

J.S. Bach schreef zijn zesde en laatste cantate van het Weihnachtsoratorium 'Herr, wenn die stolzen Feinde schnauben' voor Driekoningen.

 

Jheronimus (Jeroen) Bosch - 'Driekoningen' (detail) (circa 1510)