Tot verder bericht zijn er in het kader van de Corona-maatregelen geen vieringen

 

 

 

 

 

 

 



Inleiding bij het evangelie

Over de geboorte en de jeugd van Jezus weten we maar heel weinig. Slechts twee van de vier evangelisten, Matteüs en Lucas, vertellen daar enkele verhalen over. Met die verhalen willen ze niet uitleggen hoe het allemaal precies gebeurd is. Dat wisten ze waarschijnlijk zelf niet. Het zijn geloofsverhalen, waarmee ze wilden uitdrukken wat ze zelf over Jezus geloofden. Bijvoorbeeld, dat Jezus de Messias was die al zo lang door het volk Israël werd verwacht. Messias betekent 'gezalfde'. Want een koning werd gezalfd, en het volk verwachtte een nieuwe koning die hen zou bevrijden.

Lucas vertelt zo'n verhaal over Jezus' kindertijd. Zoals alle vrome ouders brengen ook Jozef en Maria hun eerstgeboren zoontje op de veertigste dag na zijn geboorte naar de tempel, om het daar aan God op te dragen. Lucas vertelt dat het jonge gezin daar twee bijzondere mensen ontmoette. Simeon, 'een rechtvaardige en vrome man', dat wil zeggen iemand die de joodse wet onderhield. En Hanna, 'een profetes'. Je zou kunnen zeggen dat deze twee mensen 'de Wet en de Profeten' vertegenwoordigen, de belangrijkste boeken van het geloof van Israël. Zij begroeten het kind Jezus als de langverwachte Messias en daarom prijzen zij God. Lucas nodigt zijn lezers om dat ook te geloven: dat Jezus vanaf zijn geboorte de beloofde Messias is, de bevrijder die door God werd gestuurd.

Gelezen bij Paul Kevers in Samuel, uitgeverij Averbode, 2002, nr. 4 (Bijbel in 1000 seconden)

 

 

Evangelie (Lucas 2, 22-39)  - C. LETERME, Map Bijbel in 1000 seconden, fiche die hoort bij Lucas 2, 22-39)

Wanneer het kindje van Maria een week oud is, noemen Maria en Jozef Het Jezus. Dat is de naam die de engel gaf nog voor Hij geboren werd. Dan gaat Maria samen met Jozef en Jezus naar de tempel in Jeruzalem om Jezus op te dragen aan God, en om een koppel jonge duiven te offeren.

In Jeruzalem woont op dat ogenblik een zekere Simeon, een rechtvaardig en gelovig man. Hij kijkt uit naar de tijd dat God een betere tijd zal geven aan zijn volk. De heilige Geest is dicht bij hem en zegt: ‘Je zult niet sterven voor je de Messias zult zien.’ Simeon gaat naar de tempel. Wanneer hij daar Jozef en Maria met Jezus ziet aankomen, gaat hij ernaar toe, neemt Jezus in zijn armen en looft God met de woorden: ‘Laat mij nu in vrede sterven, want ik heb met mijn eigen ogen gezien wie de mensen zal redden. Hij zal een licht zijn voor iedereen.’ Jozef en Maria zijn verbaasd over wat hij van Jezus zegt. Simeon zegent hen en zegt tegen Maria: ‘Niet iedereen zal later akkoord gaan met Jezus. Hij zal mensen doen vallen maar ook veel mensen doen opstaan. En jij zult verdriet kennen dat als een zwaard door jouw hart zal gaan.’

In de tempel is ook Hanna, een profetes. Ze is al vierentachtig jaar oud. Haar man stierf toen ze zeven jaar getrouwd waren. Nu is ze altijd in de tempel. Daar dient ze God dag en nacht met vasten en bidden. Ze gaat naar Jozef, Maria en Jezus. Als ze Jezus ziet, looft ze God. En met iedereen die de bevrijding van Jeruzalem verwacht, spreekt ze over de jongen Wanneer Jozef en Maria gedaan hebben wat de wet van God vraagt, keren ze terug naar huis, naar Nazaret in Galilea. De jongen groeit op en wordt sterk en wijs, omdat God bij Hem is.

Zoals Adam en Eva in het scheppingsverhaal alle mensen vertegenwoordigen, zo vertegenwoordigen Hanna en Simeon bij Lucas de gelovige joden die uitkeken naar de bevrijdende komst van de eigenlijk is.Messias. In hun dankgebed herkenden de eerste christenen hun eigen dankbaarheid omdat zij Jezus Christus mochten ontmoeten. In Hem konden ze zien, horen en ervaren wie God eigenlijk is.

 

Dit evangelie werkte inspirerend voor verschillende kunstenaars. We zien ook telkens Hanna en Simeon terugkeren.

In de icoon ‘Opdracht van Jezus in de tempel’ zien we centraal Maria afgebeeld. Haar handen zijn bedekt met de stof van haar mantel. Die houding is ontleend aan de gebruiken aan het hof van Byzantium: in aanwezigheid van de keizer bedekte men zijn handen om zo eerbied voor hem te tonen. Achter Maria staat Jozef die in zijn handen twee duiven draagt die als offer zullen gegeven worden. In die twee duiven ziet men het symbool van het Oude en het Nieuwe verbond.

 

 

Rechts van Maria en Jozef staat Simeon. Hij houdt de kleine Jezus vast in zijn handen die ook bedekt zijn. Achter Simeon staat de profetes (H)anna. Zij wijst naar het kind. Het kind Jezus draagt een gouden tuniek, een verwijzing naar zijn goddelijkheid. Zijn blote armpje en beentje verwijzen naar zijn menselijkheid. In zijn hand draagt Hij een schriftrol, waarmee zijn relatie tot de Bijbel duidelijk gemaakt wordt. Het gebeuren speelt zich af in de tempel, de plaats van het Oude Verbond. Dat het tafereel zich dit binnen afspeelt wordt aangegeven door de gedrapeerde rode stof.

(Vrij naar Bijbel in 1000 seconden)

 

De kruisafneming (1612) werd geschilderd door Pieter Paul Rubens voor de kathedraal van Antwerpen in opdracht van de kolveniers (of haakbusschutters) en is daar nog steeds te bezichtigen. De kolveniers hadden als patroon Sint Christoffel (= Christusdrager). Maar die heilige mocht niet op de centrale panelen van het drieluik voorkomen, want het concilie van Trente had besloten dat men geen aandacht meer zou besteden aan onbetrouwbare heiligenlegenden, waartegen het protestantisme was tekeer gegaan. Dit werd voor de kolveniers opgelost door op het retabel taferelen af te beelden uit het Nieuwe Testament, waarbij 'Jezus werd gedragen'.

Links zie je de zwangere Maria die Christus in haar schoot draagt op bezoek bij haar nicht Elisabet. Centraal zie je verschillende personen die het lichaam van de gestorven Christus dragen.

 

 

 

Rechts zie je de oude Simeon die het kind draagt waarvan hij zegt dat het de redder van de wereld zal zijn. Dit tafereel speelt zich af in de tempel van Jeruzalem, die Rubens schilderde als een kerk uit Italië. Simeon is gekleed als een priester zoals de apocriefe evangelies (= evangelies die niet in de Bijbel werden opgenomen) van Jacobus en Nicodemus hem beschrijven: als een oude wijze man.

 

 

 

Maar daar schrijft Lucas niets over. Alle aandacht is op het kind Jezus gericht, dat ‘stralend’ in de armen van Simeon ligt. Hanna staat tussen Jezus en Maria. Ze is biddend dankbaar dat ze de ‘Redder‘ te zien krijgt. Maria draagt een blauwe mantel. Ze heeft Jezus net aan Simeon gegeven. Jozef knielt en heeft in zijn handen twee tortelduiven.

(Vrij naar Bijbel in 1000 seconden )

 

Johann Sebastian Bach componeerde een cantate die geïnspireerd was op de lofzang van Simeon.

 

 

 

De cantate bestaat uit vijf delen, hieronder de oorspronkelijke tekst en een Nederlandse vetaling door Dick Wursten (www.bach-cantatas.com/Texts ):

 

 

Aria: "Ich habe genug"

Ich habe genug,

Ich habe den Heiland, das Hoffen der Frommen,

Auf meine begierigen Arme genommen;

Ich habe genug!

Ich hab ihn erblickt,

Mein Glaube hat Jesum ans Herze gedrückt;

Nun wünsch ich, noch heute mit Freuden

Von hinnen zu scheiden.

 

Het is genoeg,

ik heb de Heiland, de hoop der vromen,

in mijn verlangende armen genomen;

het is genoeg!

 Ik heb hem gezien,

mijn geloof heeft Jezus aan het hart gedrukt.

Mijn wens is nu, dat ik vandaag nog met vreugde

van hier mag scheiden.

 

 

Recitatief: "Ich habe genug"

Ich habe genug.

Mein Trost ist nur allein,

Dass Jesus mein und ich sein eigen möchte sein.

Im Glauben halt ich ihn,

Da seh ich auch mit Simeon

Die Freude jenes Lebens schon.

Laßt uns mit diesem Manne ziehn!

Ach! möchte mich von meines Leibes Ketten Der Herr erretten;

Ach! wäre doch mein Abschied hier,

Mit Freuden sagt ich,

Welt, zu dir: Ich habe genug.

 

 

 

Het is genoeg !

Mijn troost is enkel dit:

dat Jezus van mij en ik zijn eigendom mag zijn.

In het geloof houd ik hem vast

en zie alreeds met Simeon

de vreugde van dàt Leven.

Laat ons met deze man vertrekken!

Ach! Dat de Heer mij van de keten van mijn lichaam zou verlossen;

Ach! Was mijn afscheid maar een feit,

met vreugde zou ik tot u zeggen:

Wereld, het is genoeg!

Aria: "Schlummert ein, ihr matten Augen"

Schlummert ein, ihr matten Augen,

Fallet sanft und selig zu!

Welt, ich bleibe nicht mehr hier,

Hab ich doch kein Teil an dir,

Das der Seele könnte taugen.

Hier muss ich das Elend bauen,

Aber dort, dort werd ich schauen

Süßen Friede, stille Ruh.

 

Sluimert maar, gij moede ogen,

Sluit u zacht en zalig toe.

Wereld, ik ben hier weg!

Mijn ziel wordt er immers niet beter van

als ik nog langer uw leven deel.

Hier moet ik ellende op ellende stapelen

maar daar, dáár zal ik aanschouwen

zoete vrede en stille rust.

Recitatief: "Mein Gott! Wenn kommt das Schöne: Nun!"

Mein Gott! wann kömmt das schöne: Nun!

Da ich im Friede fahren werde

Und in dem Sande kühler Erde

Und dort bei dir im Schoße ruhn?

Der Abschied ist gemacht,

Welt, gute Nacht!

 

 

Mijn God, wanneer komt dat mooie ogenblik

dat ik zal heengaan in vrede

en in het koele zand der aarde

- en ginds in uw schoot - rusten zal.

Afscheid heb ik al genomen,

Welterusten, wereld!

Aria: "Ich freue mich auf meinen Tod"

Ich freue mich auf meinen Tod,

Ach, hätt er sich schon eingefunden.

Da entkomm ich aller Not,

Die mich noch auf der Welt gebunden.

 

 

Ik verheug mij op mijn dood,

ach, was het maar reeds zover!

Dan ben ik van alle nood af,

die mij ter wereld nog gebonden houdt.