Tot verder bericht zijn er in het kader van de Corona-maatregelen geen vieringen

 

 

 

 

 

 

 



Huis met een hart

 

Vierde zondag: 20 december

Huis vol hoop 

De advent is een tijd om God binnen te laten. God die naar ons toekomt, in de gedaante van een hulpeloos kind. Dat kind ligt niet in een wieg met een wollen dekentje,  maar in een schuur, in een voederbak, gedekt met wat stro.

En toch is er een en al vreugde, ondanks die voederbak.

De intense vreugde die elk ouderpaar meemaakt bij de geboorte van hun kind.

“Een geschenk van God”, zeggen we dan dikwijls ontroerd.

De Messias is ook een geschenk van God aan de ganse wereld.

Daarom bereiden wij ons in de advent voor op de komst van Gods zoon in ons midden, in ons huis, een huis van hoop. Daarin beleven wij onze verwachting naar een heilzame toekomst.

 

Inleiding tot de Lezingen

 

Huis van de hoop, die plek waar je mag zijn wie je bent. God is daar waar de mensen zijn/wonen. God kan komen wonen in alle mensen die voor hem open staan.

In de eerste lezing lees je dat God is wie hij is, ook al is dat dan ‘in de ark’, God is geen koning die een paleis nodig heeft. Dat wordt aan David duidelijk gemaakt.

In het evangelie wil Maria God dienen en de geruststelling krijgt dat ze niet bang moet zijn.

 

 Eerste lezing, 2 Samuel 7: 1-16  naar C. Leterme - Uit 'Bijbel in 1000 seconden'

Toen koning David op een dag in zijn paleis rondliep dacht hij bij zichzelf: “Zie eens hoe mooi ik hier woon. Dat is heel wat mooier dan de tent waarin de ark staat, die ons aan God doet denken.”

(De ark is een soort kist, die je overal kunt meedragen en die kan dienen als een troon. Koning David en alle mensen van zijn land, de Israëlieten, zegden dat de ark de troon van God zelf was)

En David dacht: “Zou ik er niet goed aan doen voor de ark ook een mooi huis, een tempel te bouwen?” Hij sprak erover met de profeet Natan. Natan zei: “Dat lijkt me een goed idee.”

Maar 's nachts kon Natan de slaap niet vatten. Hij dacht over de plannen van de koning en bad tot God. De volgende dag zei Natan tot David: “De hele nacht heb ik tot God gebeden en God heeft me het volgende gezegd: De Israëlieten hebben de ark altijd meegedragen, waar ze ook gingen. En als ze ter plaatse bleven, trokken ze een tent op om er de ark in te zetten. Zo konden ze voelen dat Ik, hun God bij hen was, of ze nu rondtrokken of ergens ter plaatse bleven rusten.” En Natan zei verder: “Ik weet niet of het goed is om een tempel te bouwen.”

David zei toen: “Maar ik wil dat de ark net zo'n mooi huis heeft als ik.” Maar Natan antwoordde: “Ik denk niet dat God dat graag wil. God wil op een eenvoudige wijze bij de mensen blijven. Nog het liefst wil hij als mens onder ons zijn.”

Toen zei David: “Dan bouw ik beter geen tempel voor onze God” En hij ging de tent binnen waar de ark stond en dankte God om al wat hij voor zijn volk gedaan had.

  

Evangelie, Lucas 1, 26-38 Uit "Bijbel in gewone taal" - Nederlands Bijbelgenootschap, 2014

God stuurde de engel Gabriël naar Nazaret, een stad in Galilea. Elisabeth was toen zes maanden zwanger. De engel ging naar Maria, een jonge vrouw die zou gaan trouwen met Jozef. Jozef kwam uit de familie van koning David.

De engel zei tegen Maria: “Ik groet je, Maria. God heeft jou uitgekozen. Hij zal bij je zijn.” Maria schrok van de woorden van de engel. Ze vroeg zich af wat hij bedoelde. Toen zei de engel tegen Maria: “Je hoeft niet bang te zijn, Maria. God heeft je uitgekozen voor iets moois. Je zult zwanger worden en een zoon krijgen. Je moet hem Jezus noemen. Jezus zal heel belangrijk zijn, hij zal Zoon van de allerhoogste God genoemd worden. En God, de Heer, zal hem koning maken, net zoals zijn voorvader David dat was. Jezus zal voor altijd koning van Israël zijn. Aan zijn macht komt geen einde.”

Maria zei tegen de engel: “Maar ik slaap nog niet met een man. Hoe kan ik dan zwanger worden?” De engel antwoordde: “De heilige Geest zal bij je komen. En door de kracht van de allerhoogste God zul je zwanger worden. Daarom zal jouw kind bij God horen, en zal hij Zoon van God genoemd worden. Ook je familielid Elisabeth krijgt een zoon. Iedereen dacht dat zij geen kinderen kon krijgen. Maar nu is ze al zes maanden zwanger, terwijl ze toch al oud is. Voor God is alles mogelijk!” 

Maria zei: “Ik wil God dienen. Laat er met mij gebeuren wat u gezegd hebt.’ Toen ging de engel weg.

 

De Adventskalender vertelt ons ook over ‘Elisabeth, vandaag’

 

Elisabeth was onvruchtbaar, maar verwekte toch nieuw leven

Er zijn vandaag teveel mensen die, bij manier van spreken, de naam ‘Elisabeth’ krijgen,

die men soms ‘onvruchtbaar’ noemt; waar zogezegd niet van te verwachten valt

die niets opleveren, alleen maar ‘kosten’ in de ogen van sommigen. 

Maar in al die ‘Elisabeths’ van vandaag huist zeker ook nieuw leven,

dat geboren kan worden en een kreet van gerechtigheid kan doen slaken:

“Mag ik bij jou thuis komen? God is met mij.”

Laten we het soms ongeziene, mooie leven zoeken dat huist in elke mens.

Elke mens als kind van God, om dus die innerlijke kracht aan het licht te brengen.

Laten we doen zoals Maria, die het hele land doorging om Elisabeth te omhelzen.

Laten ook wij alle ‘Elisabeths van vandaag’ begroeten met vrede en even bij hen blijven.

 

 

Bezinning

God, bron van licht en leven,

naar U zien wij uit,

op U richt zich heel ons verlangen.

Ooit bent U ons in Jezus heel nabij gekomen.

In Hem hebt U zich laten kennen

als grenzeloze goedheid, onovertroffen liefde.

Wij bidden U:

vervul ons verlangen naar uw allesdoordringende aanwezigheid.

Kom opnieuw naar ons toe

en wees ons nabij als een licht, dat alle duisternis verdrijft,

als een kracht, die ons beschermt en draagt,

als zachtheid, die ons harten verwarmt

en ons er doet zijn voor elkaar,

zoals U er bent voor ons.

(uit “Een God die nabij komt”  Bart van Kooten)

  

Overweging Frans Mistiaen s.j.

Voor God is niets onmogelijk

Kerstmis staat weer voor de deur. God, die Liefde is, wil weer geboren worden op onze aarde, in ons hart. Is het wel mogelijk? Is het wel mogelijk dat de Liefde dit jaar weer komt wonen in onze wereld van 2020, met alles wat er is gebeurd: de coronapandemie heeft een heel jaar overschaduwt, maar daarnaast zijn er nog steeds andere uitdagingen waar we allen voorstaan, veraf en dichterbij, ook in ons eigen kleine mensenhart. Kan het nog wel dat God dit jaar op onze aarde, onder ons, weer met zijn liefde geboren wordt?  

Wij, gelovigen, wij durven verkondigen: “Ja, want voor God is niets onmogelijk!”

Daarom brengen wij in herinnering wat Hij reeds allemaal deed: Wie was het die, lang geleden, David, een kleine schaapherder aanstelde tot machtige koning van Israël? Het was God die dat deed! Wie was het die, lang geleden, een eenvoudig meisje uit Nazaret uitnodigde moeder te worden van Zijn Zoon? Het was God die dat deed! Hij onze God, Hij doet wondere dingen aan ons, kleine mensen. Ja, wij durven geloven dat Hij ook dit jaar weer de heilzame geboorte van Zijn liefde in ons hart mogelijk maakt.  

Inderdaad voor onze God is niets onmogelijk. Maar, omdat Hij geen dwingende Albeheerser wil zijn, en een God van Liefde wil blijven, zal Hij in onze menselijke wereld niets bewerken zonder de toestemming en de medewerking van de mensen. Daarom blijven wij vandaag met respect en schroom stilstaan bij die jonge, zwangere vrouw die Gods plan beaamt en mogelijk maakt, Maria, voorbeeld voor ons geloof.  

Zoals bij haar, leeft er eigenlijk ook bij ieder van ons een groot en diep verlangen naar dat liefde-Kind, dat tot vrede uitnodigt in onze wereld van oorlogen en bewapening, dat verzoening wil brengen in onze verscheurde gezinnen, dat verdraagzaamheid aanmoedigt in ons twistzieke land en dat ons allen inspireert tot grotere dienstbaarheid en milde vriendelijkheid, ook voor de armen uit onze stad. Naar dat Kind verlangen wij diep!

Alleen moeten wij het dan ook dit jaar weer laten geboren worden. Dat kan, als wij met eenvoudige en duidelijke gebaren de liefde weer willen binnenlaten in ons hart, de liefde opnieuw een kans willen geven in ons leven.  

In deze dagen is het goed te beseffen dat God onder ons wil komen wonen, maar wel als een kind. Dat betekent dat de Liefde zelf weer zo sprankelend fris wil zijn, zo nieuw, zo hoopvol, maar dan ook zo weerloos als een kind. En wij hebben het wel een beetje moeilijk om dit Kind met die weerloosheid van de liefde, te aanvaarden. Dat vraagt van ons een stuk bekering. Maar dat leert het kerstgebeuren ons juist elk jaar opnieuw: dat onze liefde-God geen macht wil uitoefenen, ons niet wil dwingen, maar ons alleen kan en wil uitnodigen tot vrije wederliefde. Zoals een pasgeboren kind dat, gewoon door er te zijn, in al zijn weerloosheid, diegenen die rond zijn wiegje komen staan, uitnodigt en beweegt tot zoveel warme liefde en edelmoedige zorg. In deze dagen vóór Kerstmis moeten wij ons afvragen of wij echt toelaten dat de “weerloze” liefde ons opnieuw uitnodigt tot gulle wederliefde.   

Dat is de boodschap van het evangelie voor ons allen vandaag: "Vrees niet, begenadigden! De Heer is met u! Vrees niet, want gij hebt genade gevonden bij God! Laat Jezus - de liefde in uw hart - meer en meer ter wereld komen in uw leven. Het kan! Voor God is niets onmogelijk!"

Gelezen op “bijbel in 1000 seconden" - C. Leterme

  

Slottekst

Advent is de Heer een thuis geven, een plaats bereiden waar Hij mag wonen. God zoekt bij mensen onderdak. Hij wil in levende mensen wonen.

Maken wij, als Maria, ruimte voor God in ons hart, voor Gods toekomst in ons leven ? 

Vraag is: Hoe gaan wij naar Kerstmis? Als David of zoals Maria?

God laat zich niet binden in prachtige tempels. In de tent is God dicht bij zijn mensen, zo is Hij altijd met hen meegetrokken, daar is God thuis.

God wenst geen huis van steen. God wil tussen de mensen wonen. Daar is zijn plaats. In en met mensen alle dagen op stap gaan, zo wil God zijn.

Doorheen mensen, doorheen hun spreken en doen zich laten zien in de wereld, zich laten zien aan de ander. Niet in een paleis wil God wonen. 

Wil je God een plaats geven, geef Hem dan een plaats bij de mensen, want bij en in de mensen wil God wonen.

Wil je God ruimte geven, geef dan ruimte en leven aan de mensen; daar zal God wonen, leven.

 


  

 

 

De woorden van de engel als muziek – Ave Maria van Franz Schubert