Nu we niet samen kunnen vieren, kan je toch via de website mee volgen wat de werkgroep Broederlijk Delen heeft voorbereid. 

 

Bij de bron. 

Een bron brengt mensen bij elkaar. Je moet er voor uit je huis, uit je dorp, uit je stad…

Jezus en de vrouw delen tijd en aandacht. Dat is bevrijdend en werkt aanstekelijk.

De vrouw deelt haar nieuwe inzicht met de mensen van haar stad.

Hier wordt levend water gedeeld, met iedereen!

 

van zand en bron is het verhaal                        

het is van geest en wind                                  

de vasten laait van deelzaamheid                     

waarin je vrede vindt                           

 

“jij doorbreekt bij deze bron

het smalle denken en de schijn

laat mij dan bij deze bron

als nieuwe bron geboren zijn”

 

Evangelielezing

Vrij naar Johannes 4, 5-42: de Samaritaanse vrouw aan de Jakobsbron

Jezus trok door Samaria en passeerde de waterput van Jakob.

Hij was moe van de reis en ging bij de put zitten.

De leerlingen trokken naar een stad in de buurt om er iets te eten te kopen.

Terwijl ze weg waren kwam er een Samaritaanse vrouw bij de put om water te halen.

Jezus had dorst en vroeg haar wat water om te drinken.

De vrouw was verbaasd, want in principe hadden Joden en Samaritanen geen contact met elkaar.

‘Hoe kan je me dat nu vragen?’ reageerde ze.

‘Ah’, zei Jezus, ‘als jij mij om water had gevraagd, dan had ik je levend water gegeven. Maar je weet niet wie ik ben…’

De vrouw lachte schamper: ‘Weet je wel hoe diep die put is? En je hebt niet eens een emmer!’

Jezus bleef onverstoorbaar.

‘Wie water uit deze put drinkt krijgt weer dorst, maar het water dat ik je geef zal je dorst voor altijd lessen…’ .

 

Lezing Broederlijk Delen zondag 3

(gebaseerd op het artkel: De vredeweefsters van Colombia, Lisa Couderé – 5 augustus 2017, website MO)

Mag ik me voorstellen: Diana Vargas , Colombiaanse, 25 jaar, maar soms voel ik me veel ouder. Ik wil heel graag mijn verhaal met jullie delen. Maar weet dat het niet enkel mijn verhaal is. Het is ook het verhaal van Omaira, van Doris, van Erlendy, van Paola, van Andrea, van vele Colombiaanse vrouwen.

Net als vele kinderen moest ook ik met mijn familie meermaals vluchten voor het geweld in ons land. Vluchten betekende echt binnen de 24u vertrekken. Elk familielid mocht iets meenemen wat hij of zij kon dragen. Ik propte gewoon wat kleren en mijn pop in een tas, maar ik moet altijd aan mijn vriendinnetje denken: zij koos namelijk voor haar troeteldier: een varken. Materieel gezien had ze genoeg vond ze, ze droeg kleren, maar een levend wezen dat als familie aanvoelde kon je niet zomaar achterlaten. 

Tot voor enkele jaren heb ik altijd middenin het conflict in Colombia geleefd, het oorlogsgeweld soms letterlijk aan den lijve ondervonden. Omdat het dorp waar ik woonde op de drugsroute en de grens met Venezuela lag, bevonden wij ons dagelijks tussen de uiteenlopende gewapende actoren in. De paramilitairen installeerden er zich in 2004. Met dieren gingen ze op zoek naar rebellen, maar ook voor jonge meisjes begon vanaf toen de hel. Gewoon tijdens onze dagelijkse routine, op weg van en naar school dreven ze ons in het nauw en verkrachtten ons. Ook ik heb het meegemaakt. Ik draag er nog altijd een litteken van op mijn been. Gelukkig grepen mijn ouders in en werd ik naar familie in Bogotá gestuurd. Daar behaalde ik mijn baccalaureaat toen ik 17 was.

Er bleef echter iets aan mij knagen. Ik stelde me vragen over mijn toekomst. Rust en veiligheid zocht ik bij een echtgenoot. Het maakte niet uit wie het was, als ik mij maar beschermd voelde.  Ik heb twee kinderen met hem, maar ben ondertussen gescheiden. Na mijn scheiding trok ik weg uit Cúcuta, waar wij woonden en ging naar een dorp in Norte de Santander. Ook daar werd ik weer slachtoffer van geweld, ditmaal door de guerrilla. Maar redding was nabij. Ik leerde nl. de organisatie COMUNITAR kennen, een partner van Broederlijk Delen. Zij deden me inzien dat ik wat ik had meegemaakt tot een positieve kracht kon ontwikkelen. Dit omdenken vraagt tijd maar het lukt. Tenminste, als je een bron van inspiratie hebt die je op weg zet, die je een duwtje in je rug geeft. Het vraagt wel tijd. Pas twee jaar na de feiten had ik inderdaad zelf de kracht en openheid om formeel aan te geven wat mij was overkomen. Vanaf dat moment koos ik er bewust voor om mij in te zetten voor vrouwelijke slachtoffers van geweld en hen te oriënteren. Ik had het leiderschap in mij ontdekt.

 

Vandaag werk ik terug in Cúcuta op twee niveaus aan vrede: Ik maak deel uit van de “Tafel van Slachtoffers” waar ik institutioneel met de overheid samenwerk. Lokaal vond ik dat er een grote nood was aan psychosociale ondersteuning voor vrouwelijke slachtoffers van geweld. Zo richtte ik de groep Tejedores de la Paz, Vredeweefsters op. Vrouwen ontmoeten elkaar rond een kop tinto, ons woord voor koffie, ze lachen en praten, maar achter hun glimlach schuilt altijd een zweem van verdriet. Hun openheid groeit.

Niet enkel bij deze vrouwen groeit openheid om over die tijd te praten. Ook bij andere burgers en instanties groeit het besef dat je eerst het probleem moet erkennen, pas dan tot oplossingen kan komen.  Zo is er de fototentoonstelling ‘El Testigo’ (de getuige). Met 500 foto’s portretteert Jesu Abad Colorado het gewapend conflict tussen 1992 en 2018. Voor de allereerste keer wordt het conflict in alle openheid belicht. Reeds 70 miljoen bezoekers hebben het opzet van de tentoonstelling kunnen vatten: onverschilligheid opzij te schuiven, het land te transformeren en het vredesakkoord van 2016 echt uit te voeren. We willen een rechtvaardiger, duurzamer en uiteraard minder gewelddadig Colombia uitbouwen. Die hoop op verandering voor de nieuwe generatie, voor mijn kinderen want ik ben opnieuw gehuwd, geven mij kracht om verder te doen. Met ieders hulp is dit haalbaar.